Propedeuse, middenfase en eindfase

Propedeuse (jaar 1) 

In de propedeuse bouwen we aan de basis. Je leert – bij zowel de beeldende als de educatieve vakken – tools, technieken en vaardigheden hanteren om een basisniveau te bereiken. De actualiteit is het vertrekpunt. Daarmee ontdek je de relevantie en urgentie van kunst in de maatschappij. Je ontwikkelt een besef van de huidige tijd en leert wat er speelt in de kunstwereld en je leert je daartoe te verhouden. Ook de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van kunsteducatie komen in het eerste jaar aan bod. 

De propedeuse is oriënterend, verwijzend en selecterend van aard. Als student leer je de studie kennen en krijg je een beeld van het werkveld waarvoor we je opleiden. Daarnaast leert de opleiding jouw als student kennen en krijg je in het eerste jaar advies of we de studie bij je vinden passen en wat je kunt doen om hier zo optimaal mogelijk te studeren. Dat advies krijg je van het gehele docententeam en dat gebeurt tijdens de schouw.    

Alle vakken die je in de propedeuse volgt, behoren tot het basisprogramma en zijn dus voor iedere student hetzelfde.

 

Middenfase (jaar 2 en 3) 

In de middenfase van de studie maak je keuzes. Je brengt je eigen ideeën, passie en ervaring in. Tegelijkertijd brengt de academie het andere, onbekende en het nieuwe in. De confrontatie wordt gezocht: ‘schuren is gezond’. In de middenfase zijn er programma’s die je gezamenlijk volgt met studenten voltijd en deeltijd en andere jaren en er zijn vakken die je met jouw jaar volgt. 

De middenfase van de opleiding sluit je af met een presentatie aan je docententeam (aan alle begeleiders van de eindfase) om voor jezelf doelen en uitdagingen voor de eindfase van de studie te formuleren. 

 

Eindfase (jaar 4) 

In het vierde jaar zijn studeer je af in de drie domeinen van de studie: beeldend, theorie en educatie. Hierbinnen bepaal je een individueel profiel dat past bij je interesse en de beroepspraktijk.Je kunt bijvoorbeeld de nadruk leggen op vormgeving of juist op autonome beeldende kunst. Je kunt daarbinnen kiezen voor een bepaalde specialisatie: fotografie, constructie, meubel design, illustratie, animatie, game, e.d. Ook kun je je specialiseren in interdisciplinair werken en cultuurgeschiedenis, als je bijvoorbeeld later het vak Kunst Algemeen wilt gaan geven. 

Voor het beeldende domein werk je aan je eigen beeldend werk. Voor educatie loop je je eindstage, binnenschools of buitenschools (waarbij een LIO-stage tot de mogelijkheden behoort). En bij theorie doe je onderzoek welke je schriftelijk vastlegt. Binnen deze drie domeinen kun je zelf de bandbreedte bepalen; er is een minimaal en maximaal aantal studiepunten per domein met een totaal van 60 EC.